feb 242010
 

Men zegt dat onder de zuidelijke hemel van Italië grote zangtalenten ontstaan, door de klimatologische omstandigheden, de klankrijke en heldere, op open vocalen gebouwde Italiaanse spraak en niet in de laatste plaats door de enorme zangcultuur in de geschiedenis.

Gaetano Bardini behoort tot de zangers, die geweten heeft hoe hij al deze voordelen kon benutten en dat betekent veel meer dan alleen met een goede stem te worden geboren. Doordat Bardini met zijn talenten heeft gewoekerd, heeft dat geleid tot een glanzende carrière, die zijn weerga niet kent. Bardini werd geboren op 08 Oktober 1928 in Riparbello bij Pisa, in het wonderschone Toscane waar in het verleden al zoveel kunstenaars zijn “ontstaan”en waar het prachtige Florence al door talrijke kunstliefhebbers is bezocht. Bardini had, voordat hij besloot een zangersloopbaan te gaan volgen, reeds een grote liefde voor de zang. Daarbij had hij het geluk dat hij in het niet ver gelegen Livorno in Dr. Lattes zijn leraar vond. Bovendien ontfermde de tenor  Galliano Masini zich over hem.  

Na een zeer succesvol zangconcours, waar zelfs Beniamino Gigli de jonge zanger een grote toekomst voorspelde, startte Bardini zijn zangersloopbaan, die hem zeer snel naar Zuid- en Midden Amerika voerde, waar hij met enorm veel succes zong in de Metropolitan Opera in New York in Puccini’s opera “La Fanciulla del West”.  Hierna volgden de grote theaters in Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Italie, Holland, een ournee door Zuid-Afrika en ten slotte ook zijn eerste optreden in Tsjechoslowakije, in Plzen.

Kort daarop zong hij in Praag de Rudolf uit “La Bohème”. Bardini hield veel van dit land en keerde dan ook regelmatig terug. Op alle grote operatonelen in Tjechoslowakije heeft hij zijn prachtige stemgeluid laten horen in bijna het hele scala van opera’s van Verdi, Puccini, Mascagni, e.a. Met de rol van Alvaro uit “La Forza del Destino”van Verdi bij de premiere had hij enorm veel succes in Brno, waar hij als Turrido in “Cavalleria Rusticana”ook naast Mario de Monaco had opgetreden. Ook in de Wiener Staatsopera was dit een ongelooflijk succes.  

Bardini was zeer bekwaam in het “invallen voor een ziek geworden solist”, waar hij ook groot succes mee oogstte. Zo verving hij Guiseppe di Stefano als Osaka in Mascagnis opera “Iris”, en Franco Corelli als Dick Johnson in Puccini’s “Mädchen aus dem goldenen Westen”. Zijn vaste en sonore stem, zijn muzikaliteit en vlotheid van instuderen maakten hem tot een geliefd solist bij zulke “spoedgevallen”. Hij is een zanger met een typisch Italiaans temperament, met een mogelijkheid tot groot begrip voor het uitdrukken van de diverse rollen in opera’s en het behandelen van de teksten van zijn Napolitaanse liederen.

 Er zijn vele langspeelplaten van hem gemaakt, zodat zijn stem door de eeuwen heen bewaard zal kunnen blijven. Hij was en is een der allergrootsten. Gaetano Bardini trad 27 maal op met het Volendams Opera Koor en werd als erelid benoemd op het concert van 24-04-1975.